Ga direct naar de inhoud

Integrale digitalisering vergroot de productiviteit van bouw- en maakindustrie

In Het Financieele Dagblad verscheen onlangs een bijdrage van Jan Harmen Wiebenga, algemeen directeur, over de rol van integrale digitalisering in de bouw- en maakindustrie. In het artikel gaat hij in op hoe het verbinden van bestaande systemen bedrijven helpt om productiever te werken, faalkosten te verlagen en beter om te gaan met personeelsschaarste.

Bouw- en maakbedrijven investeerden de afgelopen jaren fors in digitalisering, maar de beloofde productiviteitswinst blijft vaak uit. De oorzaak ligt zelden bij gebrek aan technologie. Bedrijven beschikken doorgaans over ERP-, CAD-, CRM- en productiesystemen die goed functioneren, maar onderling beperkt samenwerken. Informatie wordt daardoor telkens opnieuw ingevoerd of gecontroleerd.

Vooral in de overgang van verkoop naar engineering ontstaat de eerste breuk: klant specifieke keuzes worden handmatig vertaald naar technische ontwerpen, waarna nieuwe overdrachtsdocumenten volgen richting werkvoorbereiding, productie en montage.

Jan Harmen Wiebenga, algemeen directeur van Productivity Software Group, benadrukt: ‘De grootste winst maak je niet door meer systemen toe te voegen, maar door bestaande systemen slim te verbinden, zodat informatie één keer wordt vastgelegd en overal beschikbaar is.’ Vervanging van bestaande software is zelden nodig: vrijwel alle moderne systemen beschikken over integratiemogelijkheden. De uitdaging zit niet in de techniek, maar in datakwaliteit en procesafspraken.

Eén waarheid in plaats van losse invoer  

Versnippering leidt geregeld tot problemen die pas in het productieproces zichtbaar worden. Een afwijkende klantwens wordt handmatig verwerkt, engineering interpreteert die net iets anders dan bedoeld, en pas in de fabriek blijkt dat onderdelen niet passen. Door configuratieregels direct te koppelen aan engineering en productie ontstaat één betrouwbare bron in plaats van meerdere losse invoermomenten. Een substantieel deel van de faalkosten komt voort uit verkeerde of te late informatie. ‘Eén betrouwbare informatiebron levert daarom vaak meer rendement op dan een nieuwe machine’, aldus Wiebenga.

De bouw beweegt intussen richting de maakindustrie, met prefab en productdenken. Dat vraagt om configureerbare producten en een digitale keten van klantvraag tot fabriek. ‘In de praktijk zien we dat bouw- en productiebedrijven die hun processen integraal verbinden, aanzienlijk sneller offertes kunnen uitbrengen, engineeringstijd reduceren, faalkosten terugdringen en met hetzelfde aantal medewerkers meer projecten realiseren. Juist in een markt met personeelsschaarste maakt dat het verschil’, aldus Wiebenga.

Digitale basis en data eerst, dan pas AI  

Ook AI heeft weinig waarde zolang data en processen versnipperd blijven. ‘AI is zo goed als de data waarop het draait; zonder consistente basis automatiseert een organisatie vooral haar eigen fouten. AI voegt vooral waarde toe aan kennisontsluiting, ontwerpoptimalisatie en kwaliteitscontrole, maar alleen als de onderliggende data en processen op orde zijn.’

Digitalisering vervangt medewerkers niet, maar vergroot hun productiviteit: een engineer die repetitief werk automatiseert, begeleidt meer projecten. De grootste verandering zit niet in techniek, maar in samenwerking tussen afdelingen. Bedrijven die vasthouden aan handmatige overdrachten en losse Excel-bestanden, verliezen terrein op een markt die vraagt om snelheid en voorspelbare kwaliteit, besluit Wiebenga.

De komende jaren zal het onderscheid niet worden gemaakt door bedrijven met de meeste software, maar door organisaties waarin informatie zonder onderbreking door de keten stroomt.

Dit artikel verscheen eerder in Het Financieele Dagblad. Lees hier het oorspronkelijke artikel.

Misschien ook interessant

Benieuwd wat we voor jou kunnen betekenen?

Camiel Jas

Business Developer